Medieval Memoria Online

6. Instellingen waarbinnen de bronnen functioneerden


Samenvatting

Kennis van de instellingen waarin de objecten, tekstdragers en teksten hebben gefunctioneerd kan bijdragen tot een beter begrip van hun gebruik en functies. Daarom is een database opgenomen met basisinformatie over deze instellingen. In de database worden zes typen instellingen onderscheiden:

  • kapel
  • kapittel, zowel onafhankelijke kapittels als ondergebracht in een parochiekerk
  • (religieuze) vereniging, zoals een broederschap of gilde
  • gasthuis
  • klooster, convent of (religieus) huis
  • parochie

Naast basisgegevens over de instelling zoals naam, patroonheilige(n), stichtingsdatum, opheffingsjaar en enige informatie over de bouwgeschiedenis, bevat de beschrijving

  • een overzicht met links naar de in MeMO opgenomen objecten en tekstdragers die zeker, waarschijnlijk of mogelijk in de desbetreffende instelling hebben gefunctioneerd
  • een globaal overzicht van overige niet in deze database opgenomen tekstbronnen en objecten die uit deze instelling bewaard zijn, met vermelding van de huidige verblijfplaats. NB Het kan hier gaan om
    • bronnen die geen memoriafunctie hadden en om
    • bronnen die (mogelijk) wel functioneerden in de dodengedachtenis, maar die niet vallen onder de bronnentypen die in deze database zijn beschreven.

  
Links: Utrecht HUA inv. nr. TA ID 4.4
Rechts: Rotterdam Museum Boijmans van Beuningen inv. Nr. 1765

6.1 Definities en terminologie

De zes typen instellingen
Er zijn van zes typen instellingen objecten en tekstdragers en teksten bewaard. Binnen elk van deze typen instellingen bestaat een grote variatie, zowel qua ontstaansgeschiedenis, als qua doel en organisatie. De definities die hier worden gegeven moeten daarom worden opgevat als globale omschrijvingen. Voor meer details, zie 6.5 voor specialistische literatuur en websites.

Chapel: Een kapel is een ruimte waarin een altaar is geplaatst, hetzij als onderdeel van of aanbouw aan een parochiekerk, kloosterkerk of kasteel, hetzij in de vorm van een zelfstandig gebouw. De liturgische vieringen in een kapel werden verzorgd door een of meer geestelijken (kapelaans of vicarissen), die daarvoor al dan niet werden betaald uit een gereserveerd vermogen, een vicarie of kapelanie. Op een altaar konden ook meerdere vicarieën zijn gevestigd. Als stichters van kapellen en vicarieën konden optreden: een al dan niet adellijke familie, een broederschap, het stadsbestuur, buurtgenoten, belanghebbenden bij een bedevaartsoord, enzovoort. De functie van kapellen varieerde dan ook sterk. Voor buurtgenoten die ver van hun parochiekerk woonden, kon de zelfstandige kapel functies van de parochie gaan vervullen indien de eraan verbonden geestelijkheid hiervoor de rechten had verkregen, zie MeMO institution ID 48.

Chapter: Een kapittel is een instelling die is gesticht om de leden, de kanunniken of kapittelheren, in staat te stellen het dagelijkse koorgebed te verzorgen. Dit koorgebed bestond uit het reciteren of zingen van de getijden. Dit zijn liturgische vieringen van gebed en zang op vaste uren van de dag. Er zijn twee typen kapittels te onderscheiden:

  • het kathedrale kapittel. Dit kapittel was verbonden aan een kathedraal oftewel bisschopskerk. In het bisdom Utrecht gaat het dus om de Domkerk oftewel de St. Maartenskerk in Utrecht.
  • het collegiale kapittel. Een collegiaal kapittel kon verbonden zijn aan een zelfstandige kerk (een kapittelkerk), maar het kon ook zijn ondergebracht in een parochiekerk (zie afb. 1 en de St. Marie in Utrecht (twee afbeeldingen in de samenvatting)).
NB parochiekerken met kapittels zijn opgenomen onder Chapter en niet onder parochie.



Boven: Afb. 2. Zie MeMO text carrier ID 376
Onder: Afb. 3. Zie MeMO memorial object ID 643

Confraternity/guild: Een broederschap of gilde is een vereniging gesticht ter vermeerdering van de godsvrucht en ter bevordering van het zielenheil van de levende en gestorven broeders en zusters. Enkele voorbeelden van doelen van broederschappen: het bevorderen van de gedachtenis van een geloofswaarheid (zoals Sacramentsbroederschappen), de verering van Maria of een heilige, en het propageren van een speciale devotie (zoals het rozenkransgebed). Broederschappen waren meestal gevestigd in het gebouw van een andere instelling, zoals een parochiekerk of een klooster en onderhielden een eigen frequente of minder frequente altaardienst. Sommige hadden daartoe de beschikking over een eigen kapel en/of altaar, andere niet. Voor de liturgische diensten kon een broederschap een vicarie stichten, waaraan een eigen kapelaan verbonden was, maar verplicht was dat niet. Een broederschap kon ook vakgenoten verenigen en diende dan tegelijkertijd als ambachtsgilde (afb. 2 en 3).

Hospital (orphanage, etc.): Gast- en weeshuizen zijn instellingen ten behoeve van personen die speciale verzorging nodig hadden zoals bejaarden, zieken en wezen. Het kon gaan om zelfstandige instellingen of om instellingen die bijvoorbeeld verbonden waren aan een klooster. Deze instellingen bedienden aanvankelijk vaak meerdere categorieën behoeftigen. In de loop van de tijd ging instellingen zich specialiseren, waardoor er bijvoorbeeld weeshuizen ontstonden. Ook werden steeds vaker nieuwe gasthuizen gesticht ten behoeve van een speciale groep, zie MeMO institution ID 317 en ID 705.

Monastery: De term monastery is in de MeMO-database gebruikt als verzamelnaam voor allerlei instellingen van personen die hun leven aan God wijdden. In de afzonderlijke beschrijvingen van de 'monastic institutions' worden de volgende termen gebruikt:

  • Abbey (abdij): een instelling met een 'abbot' of 'abbess' (abt of abdis) aan het hoofd MeMO institution ID 82 en afb. 6a en 6b.
  • Monastery: een klooster van de oudere orden (Benedictijnen, Cisterciënzers, Premonstratenzers) dat niet de status van abdij bezat MeMO institution ID 414.
  • Commandery (commanderij): een lokale vestiging van een geestelijke ridderorde ('knightly order'). De twee belangrijkste geestelijke ridderorden in Nederland waren de Ridderlijke Orde van Sint Jan van Jeruzalem, nu Johannieters genoemd (Knights Hospitallers) en de Order of the Brothers of the German House of St Mary in Jerusalem (Duitse Orde of Teutonic Order) afb. 6c.
  • House (huis): een religieuze gemeenschap van broeders en zusters des gemenen levens die zonder kerkelijk erkende regel leefden, zie MeMO institution ID 381.
  • Beguinage: een gemeenschap van begijnen, hetzij in de vorm van een begijnhof (court beguinage), hetzij als begijnhuis MeMO institution ID 366.
  • Convent: alle overige kloosterlijke instellingen, inclusief die van de bedelorden (afb. 4).

Parish: De term parochie staat voor een kerkelijk (geografisch) gebied waarbinnen een pastoor, eventueel met assistentie van andere geestelijken, de zielzorg had over de inwoners, de parochianen. Het centrum van de parochie was de parochiekerk, waar de liturgische vieringen plaatsvonden en waaraan het begraafrecht was toegekend. Begraven werd in de kerk of op het kerkhof. In een stad konden een of meer parochies gevestigd zijn. NB parochiekerken met kapittels zijn onder Chapter opgenomen en niet onder parochie (afb. 5).

Taken in de dodengedachtenis van deze instellingen
De overgrote meerderheid van de genoemde instellingen had een functie in de gedachtenis van de doden, zowel ten behoeve van de eigen leden, maar ook van anderen. Kloosters en gasthuizen hadden in veel gevallen de beschikking over een eigen kapel en begraafplaats waar ze hun eigen ingezetenen en doden van buitenaf mochten begraven en gedenken (mits ze daartoe toestemming hadden van de kerkelijke overheid). Broederschappen beschikten vaak over een eigen grafkelder of een aantal grafplaatsen in de kerk waar ze waren gevestigd.

Definities betreffende beschrijvingen van de instellingen
De in MeMO opgenomen typen instellingen kennen binnen elk type een grote variatie met daarbij ook nog verschillende termen voor dezelfde variant. Ook zijn er allerlei varianten in de namen van functionarissen binnen elk type instelling. In de onderstaande tabel zijn alleen de in de MeMO-database voorkomende aanduidingen opgenomen. Voor meer omvattende overzichten zie 6.5 Literatuur en websites.


Term Uitleg

Abbey (abdij)

Klooster met abt of abdis aan het hoofd
Abbot/abbess (abt/abdis) Hoofd van een mannenklooster/vrouwenklooster, met name van de oudere orden, dat de hoogste mate van zelfstandigheid geniet (afb. 6a en 6b)
Advowson (patronaat) Zie Collatierecht
Archbishopric (aartsbisdom) 1. Kerkprovincie, omvangrijkste geleding van de Latijnse kerk, aan het hoofd waarvan een aartsbisschop staat. De kerkprovincie is verdeeld in bisdommen
2. Bisdom, rechtstreeks bestuurd door een aartsbisschop
Bailiff (balijer) Hoofd van een balije. Synoniem: landcommandeur
Bailiwick (balije) Regionale hoofdvestiging van een geestelijke ridderorde
Beghards/beguines (begarden/begijnen) Mannen/vrouwen die zich aaneensluiten om een religieus leven te leiden zonder kloostergeloften af te leggen en met behoud van het recht op privébezit
Bishop (bisschop) Bestuurder van een bisdom, bekleed met de wijdingsmacht (de bevoegdheid om priesters, kerken en altaren te wijden) en met de ordinarismacht (rechtspraak en bestuur) in zijn bisdom
Bishopric (bisdom) Onderdeel van een aartsbisdom, bestuurd door een bisschop. Synoniem: Diocees
Brothers/sisters of the Common Life (broeders/zusters des gemenen levens) Geestelijken en mannelijke leken/vrouwelijke leken die zich geïnspireerd door de Moderne Devotie aaneensluiten om een religieus leven te leiden in gemeenschappelijkheid van bezit maar zonder kloostergeloften af te leggen
Canon Regular / Canonesses Regulater (regulieren / reguliere kanunniken en kanunnikessen) Kloosterlingen van een orde die de regel van Augustinus volgt
Chantry (vicarie) Een stichting bestaand uit een gereserveerd vermogen met bijbehorend bestuursreglement, met als doel het onderhoud van een priester ten behoeve van een altaardienst. Synoniem: kapelanie.
Chantry priest (vicaris) Priester die de altaardienst verzorgt waarin bij stichting van een vicarie is voorzien
Chapel (kapel) Ruimte, hetzij als onderdeel van of aanbouw aan een kerk, hetzij als zelfstandig gebouw, waarin een altaar is geplaatst
Chapter (kapittel) 1. Instelling gesticht om de leden, de kanunniken of kapittelheren, in staat te stellen het dagelijkse koorgebed te verzorgen. Het kapittel kan gevestigd zijn in een eigen kerk of in een parochiekerk
2. Bovenlokaal verband van kloosters die dezelfde regel en gewoonten onderhouden en onderling toezien op de naleving daarvan
Chapter of Sion (kapittel van Sion) Bovenlokaal kloosterverband van enkele observante kloosters van reguliere kanunniken en kanunnikessen in het gewest Holland
Chapter of Utrecht (kapittel van Utrecht) Bovenlokaal verband van de conventen van tertianen en tertiarissen in het bisdom Utrecht, gesticht 1399-1401
Chapter of Venlo (kapittel van Venlo) Bovenlokaal kloosterverband van observante kloosters van reguliere kanunnikessen, hoofdzakelijk in het bisdom Luik
Chapter of Windesheim (kapittel van Windesheim) Bovenlokaal kloosterverband van observante kloosters van reguliere kanunniken en kanunnikessen, gesticht in 1395
Clausura (clausuur) Afsluiting van de buitenwereld van bepaalde gedeelten van een klooster, waarbinnen slotzusters zich permanent dienen op te houden en waartoe buitenstaanders geen toegang hebben
Collegiate church (collegiale kerk) Kerk waaraan een kapittel verbonden is
Commander (commandeur) Overste van een commanderij (afb. 6c)
Commandery (commanderij) Zelfstandige vestiging van een van de geestelijke ridderorden
Confraternity (broederschap) Vereniging van geestelijken en/of leken ter bevordering van de godsvrucht en tot onderhoud van een altaardienst. Vaak ook gilde genoemd
Convent (convent) Religieuze gemeenschap, niet zijnde een abdij, klooster, commanderij of huis
Curate (pastoor) De geestelijke aan wie de zielzorg in een parochie is toevertrouwd
Dean (deken) 1. In een kapittel: priester-kanunnik die, onder gezag van de proost, belast is met de dagelijkse gang van zaken
2. Hoofd van een dekenaat, belast met toezicht en rechtspraak, en vaak zelf pastoor in een van de tot het dekenaat behorende parochies
Deanery (dekenaat) District (onderafdeling van een bisdom) waaronder een aantal parochies valt
Devout women (devote vrouwen) In de eerste fase van de Moderne Devotie: vrouwen die samen een godgewijd leven leiden maar nog niet in gemeenschappelijkheid van bezit leven
Dioces (diocees) Zie Bisdom
Divine Office (Getijden) Het officiële (koor)gebed van de kerk, dat zeven maal per dag plaatsvindt en dat zich richt naar de vereisten van het kerkelijk jaar
Double monastery (dubbelklooster) Klooster dat - op hetzelfde terrein maar in gescheiden ruimten - zowel een mannen- als een vrouwengemeenschap herbergt, waarbij het totaal onder de leiding staat van de overste van het mannenklooster, meestal een abt
Guild (gilde) Zie Broederschap
Hospital (gasthuis) Stichting ten behoeve van het doen van werken van barmhartigheid ten gunste van een of meer categorieën van behoeftige personen
House (huis) Religieuze gemeenschap van broeders of zusters des gemenen levens
Indulgence (aflaat) Oorspronkelijk: gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van kerkelijke boetedoening opgelegd bij de biecht. In de loop van de tijd ook: verkorting van het verblijf van de zielen in het vagevuur
Jus patronatus (collatierecht) Het recht om de bekleder van een kerkelijk ambt in het genot te stellen van de inkomsten uit dat ambt en hem ter benoeming (institutie) voor te dragen aan het kerkelijk gezag. Synoniem: collatie
Kapelanie Zie Vicarie
Koorgebed Zie Divine Office
Land commander (landcommandeur) Zie balijer
Military order (geestelijke ridderorde) Orde ontstaan tijdens de kruistochten en bestaande uit ridders (die strijd leveren), priesters en broeders, die alle de drie kloostergeloften afleggen
Modern Devotion (Moderne Devotie) Godsdienstig reveil onder geestelijken en leken vanaf het eind van de veertiende eeuw en uitgaande van de noordelijke Nederlanden
Monastery (klooster) Vestiging van personen die zich van de wereld afscheiden om een godgewijd leven te leiden en die de drie geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid afleggen
Monastic rule (kloosterregel) Kerkelijk erkende regel volgens welke monniken en nonnen hun leven inrichten. De belangrijkste regels in laatmiddeleeuws West-Europa zijn die van Benedictus, van Augustinus en de eerste en tweede regel van Franciscus
Monk (monnik) Aanduiding voor een mannelijke kloosterling die de drie kloostergeloften (armoede, gehoorzaamheid en kuisheid) heeft afgelegd. Reguliere kanunniken en leden van een geestelijke ridderorde worden niet als monnik aangeduid.
Nun (non) Vrouwelijke religieuze die de drie kloostergeloften (armoede, gehoorzaamheid en kuisheid) heeft afgelegd
Observance (observantie) Hernieuwde strenge naleving van een kloosterregel
Orphanage (weeshuis) Zie Gasthuis
Parish (parochie) Basiseenheid van kerkelijke organisatie ten behoeve van de zielzorg: de plaats waar de gelovige de sacramenten ontvangt
Pilgrimage (pelgrimage) Reis ondernomen met een religieuze doelstelling, in het bijzonder het bezoeken van een plaats met een bijzondere cultus
Prior (prior) 1. In oudere orden: onderoverste van de kloostergemeenschap, terwijl het oppergezag wordt uitgeoefend door een abt.
2. In de jongere orden: kloosteroverste.
Priorin (prioress) Overste van een vrouwenklooster, hetzij zelfstandig, hetzij onder oppergezag van een vader-abt
Provost (proost) 1. Overste van een seculier kapittel.
2. In sommige oudere orden overste van een kloostervestiging die afhankelijk is van een abdij
Regular clergy (reguliere geestelijkheid) Personen die geloften hebben afgelegd op een van de kerkelijk erkende kloosterregels
Religious order: contemplative order (kloosterorde: beschouwende orde) Orde van kloosterlingen die het gebed ten behoeve van kerk, wereld en begunstigers als hun belangrijkste taak beschouwen
Religious order: medicant order (kloosterorde: Bedelorde) Orde van kloosterlingen die de gelofte van armoede niet alleen individueel, maar ook collectief onderhouden, door bedelen in hun onderhoud voorzien en zich wijden aan de zielzorg
Secular chapter of canonesses (damesstift) Seculier kapittel bewoond door adellijke kanunnikessen
Secular clergy (seculiere geestelijkheid) Personen van het mannelijke geslacht die (lagere en/of hogere) wijdingen hebben ondergaan
Semi-religious men and women Gangbare, maar kerkrechtelijk niet correcte term voor mannen of vrouwen die een religieus leven leiden zonder de drie geloften te hebben afgelegd
Tertians/tertiaries (tertianen/tertiarissen) Mannen/vrouwen die, al dan niet collectief, een religieus leven leiden en zich daarbij houden aan de voor leken bedoelde derde regel van Franciscus



Terug naar boven

6.2 Criteria voor het opnemen van instellingen

Opgenomen in de MeMO-database zijn instellingen waar de genoemde objecten, tekstdragers en teksten voor 1580 een functie hebben gehad in de dodengedachtenis. Het gaat daarbij om nog bestaande en niet meer bestaande instellingen. NB Deze worden kortheidshalve aangeduid met oorspronkelijke instellingen, maar daarbij moet het volgende worden aangetekend:

  • In enkele gevallen hebben de beschreven bronnen achtereenvolgens in verschillende instellingen een functie gehad in de dodengedachtenis. Dit geldt zowel voor tekstdragers met een of meerdere teksten als voor objecten, zie MeMO memorial object ID 719 en 921.
  • Het is ook mogelijk dat afzonderlijke teksten (allemaal of voor een deel) die zich nu in één tekstdrager bevinden, toen deze teksten nog hun oorspronkelijke functie hadden, nog niet samengebonden waren en in verschillende instellingen functioneerden. Het gaat dan om convoluten, zie hierover 2.4. Ook daarom is het mogelijk dat er bij een tekstdrager met verschillende teksten meer instellingen staan vermeld. Zie in de beschrijvingen daarom steeds de toelichting onder Specification.

Het gaat dus niet per se om de instellingen ten behoeve waarvan de objecten, tekstdragers en teksten zijn vervaardigd. Onder oorspronkelijke instellingen wordt dan ook verstaan: instellingen waarbinnen de objecten, tekstdragers en teksten hebben gefunctioneerd in de dodengedachtenis.


Terug naar boven

6.3 Waarop is de verschafte informatie gebaseerd?

Voor de geboden informatie is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van overzichtswerken en van websites die overzichten geven. Voor kapellen, broederschappen en gasthuizen zijn dergelijke naslagwerken niet beschikbaar.

Literatuur

Algemeen:

  • Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, reeks uitgegeven vanwege de Rijkscommissie voor de monumentenbeschrijving, onder diverse redacties en uitgeverijen. Zie voor de gebruikte delen de records van de database.
  • Caspers, C. en P.J. Margry (red.), Bedevaartplaatsen in Nederland, vier delen (Amsterdam en Hilversum 1997-2004).

Chapters:

  • Kuys, Jan, Kerkelijke organisatie in het middeleeuwse bisdom Utrecht (Nijmegen 2004), spec. 277-280: Lijst van kapittels in het bisdom Utrecht.
  • Vliet, Kaj van, In kringen van kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227 (Zutphen 2002).

Monasteries:

  • Schoengen, M., Monasticon Batavum I: De Franciscaansche Orden (Amsterdam 1941) met Supplement (Amsterdam 1942).
  • Schoengen, M., Monasticon Batavum II: De Augustijnsche orden benevens de broeders en zusters van het gemeene leven (Amsterdam 1941).
  • Schoengen, M., Monasticon Batavum III: De Benedictijnsche orden benevens de Carmelieten en Jesuieten (Amsterdam 1942).
  • Persoons, E., W. Kohl, A.G. Weiler, Monasticon Windeshemense III: Niederlande (Brussel 1980).
  • Leesch, W., A.G. Weiler, E. Persoons, Monasticon Fratrum Vitae Communis III: Niederlande (Brussel 2004).

Parishes:

  • Joosting, J.G.C, Geschiedkundige Atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart II De bisdommen Munster en Osnabrück (in Groningen en Friesland) (Den Haag 1915).
  • Joosting, J.G.C., en S. Muller Hzn., Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in het bisdom Utrecht in de Middeleeuwen I: S. Muller Hzn, De indeeling van het bisdom (Den Haag 1915).
  • Veen, J.S. van, en A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart III De bisdommen Munster, Keulen en Luik; het bisdom Doornik (Den Haag 1923).
  • Hartog, Elizabeth den, De oudste kerken van Holland. Van kerstening tot 1300 (Utrecht 2002).
  • Karstkarel, Peter, Alle middeleeuwse kerken. Van Harlingen tot Wilhelmshaven (Leeuwarden 2007).
  • Numan, A.M., Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen, ca. 720-1200 (Zutphen 2005).

Websites


Terug naar boven

6.4 Aandachtspunten

Betekenis van de term 'oorspronkelijke instelling'
Zie 6.2 voor de manier waarop de term 'oorspronkelijke' instelling opgevat moet worden.

Namen van de oorspronkelijke instellingen
Er is geprobeerd om de instellingen zo goed mogelijk vindbaar te maken, ook op grond van de naam. Dit bleek in veel gevallen problematisch, want:

  • veel instellingen zijn onder verschillende namen bekend
  • van veel instellingen zijn de patroonheiligen van de instellingen niet bekend en kan dus niet de naam van de heilige als uitgangspunt voor het zoeken op naam worden gebruikt
  • van vooral een aantal parochies is zelfs geen middeleeuwse naam bekend, of
  • er bestaat er in een stad of dorp een middeleeuws kerkgebouw en een veel later kerkgebouw onder dezelfde naam.

Daarom zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd

  • Zoveel mogelijk zijn de namen gebruikt waaronder de instelling bekend stond en staat. De voorkeur gaat daarbij uit naar de middeleeuwse naam, met de naam van de patroonheilige als uitgangspunt.
  • Als de instelling meer bekendheid heeft onder een andere naam, is deze ook in het Nederlandse naamveld vermeld. Dit kan ook betekenen dat er tussen haakjes een moderne naam is opgenomen. Op deze manier wordt sneller duidelijk om welke instelling het gaat, zoals bij de Domkerk in Utrecht. Deze wordt aangeduid als St. Maartenskerk (Domkerk), MeMO institution ID 21.
  • Bijzondere aandacht verdient de naamgeving van de parochiekerken. In dat gedeelte van Nederland dat aan het eind van de zestiende eeuw naar de Reformatie overging (het hele land behalve Noord-Brabant, Limburg, delen van Gelderland en Zeeuws-Vlaanderen) zijn de parochiekerken in protestantse handen gekomen. De gedachte was daarbij niet die van een onteigening, maar van hervorming van de bestaande publieke kerk. Dit betekent dat de parochies niet werden opgeheven, maar 'gereformeerd'. In de meeste gevallen raakte de heiligennaam in onbruik. In de negentiende eeuw manifesteerde het katholicisme zich weer als openbare religie, als gevolg van de scheiding tussen kerk en staat (1796) en het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853. Hierdoor werd in veel plaatsen een nieuwe katholieke kerk gesticht, die dan vaak weer naar de aloude patroonheilige werd genoemd. Zo kwam er in Amsterdam een nieuwe St. Nicolaaskerk naast de (Nederlands Hervormde) Oude of St. Nicolaaskerk. Het spreekt vanzelf dat in dergelijke gevallen de beschrijving in MeMO altijd naar de oude kerk verwijst. In die gevallen waarin de patroonheilige niet bekend is, is in de database de naam van de stad of het dorp aangegeven, zoals bij 'Kerk van Jelsum', MeMO institution ID 167. Houd er rekening mee dat in de literatuur waarnaar verwezen wordt, ook aanduidingen zoals 'protestantse kerk' of 'Nederlands Hervormde Kerk' kunnen voorkomen.

Instellingen (kapittels en broederschappen) die zijn gevestigd in de gebouwen van andere instellingen

  • Voor instellingen zoals broederschappen die bij een andere instelling waren ondergebracht, wordt slechts de informatie over die desbetreffende instelling, zoals de broederschap, gegeven.
  • NB Voor de bouwgeschiedenis van parochiekerken waarin een kapittel was gevestigd dient te worden gezocht op Chapter.

Oorspronkelijke plaats van functioneren van de bronnen
In de literatuur is in een aantal gevallen vermeld dat een object of tekst afkomstig is uit een bepaalde instelling terwijl in andere publicaties een andere instelling wordt genoemd. Die bronnen zijn zoveel mogelijk ondergebracht bij al deze vermelde instellingen. Daarom moet de lijst van nog bestaande objecten en tekstdragers gelezen worden als zeker, waarschijnlijk of mogelijk uit de desbetreffende instelling. Zie bijvoorbeeld MeMO memorial object ID 618.



Terug naar boven

6.5 Literatuur en websites

Literatuur

  • Brink, H. e.a. (red.), Theologisch woordenboek (Roermond, etc.) 1952-1958.
  • Brinkhoff, L. e.a. (red.), Liturgisch woordenboek (Roermond, etc.) 1958-1968.
  • Caspers, C. en P.J. Margry (red.), Bedevaartplaatsen in Nederland, vier delen (Amsterdam en Hilversum 1997-2004).
  • Hartog, Elizabeth den, De oudste kerken van Holland. Van kerstening tot 1300 (Utrecht 2002).
  • Hoven van Genderen, Bram van den, De heren van de kerk: de kanunniken van Oudmunster in de late Middeleeuwen (Zutphen 1997).
  • Joosting, J.G.C, Geschiedkundige Atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart II De bisdommen Munster en Osnabrück (in Groningen en Friesland) (Den Haag 1915).
  • Joosting, J.G.C., en S. Muller Hzn., Bronnen voor de geschiedenis der kerkelijke rechtspraak in het bisdom Utrecht in de Middeleeuwen I: S. Muller Hzn, De indeeling van het bisdom (Den Haag 1915).
  • Karstkarel, Peter, Alle middeleeuwse kerken. Van Harlingen tot Wilhelmshaven (Leeuwarden 2007).
  • Kuys, Jan, Kerkelijke organisatie in het middeleeuwse bisdom Utrecht (Nijmegen 2004).
  • Leesch, W., A.G. Weiler, E. Persoons, Monasticon Fratrum Vitae Communis III: Niederlande (Brussel 2004).
  • Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, reeks uitgegeven vanwege de Rijkscommissie voor de monumentenbeschrijving, onder diverse redacties en uitgeverijen. Zie voor de gebruikte delen de records van de database.
  • Numan, A.M., Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen, ca. 720-1200 (Zutphen 2005).
  • Persoons, E., W. Kohl, A.G. Weiler, Monasticon Windeshemense III: Niederlande (Brussel 1980).
  • Schoengen, M., Monasticon Batavum I: De Franciscaansche Orden (Amsterdam 1941) met Supplement (Amsterdam 1942).
  • Schoengen, M., Monasticon Batavum II: De Augustijnsche orden benevens de broeders en zusters van het gemeene leven (Amsterdam 1941).
  • Schoengen, M., Monasticon Batavum III: De Benedictijnsche orden benevens de Carmelieten en Jesuieten (Amsterdam 1942).
  • Speetjens, Annemarie, 'The founder, the chaplain and the ecclesiastical authorities. Chantries in the Low Countries', in: Weijert, Rolf de, Kim Ragetli, Arnoud-Jan Bijsterveld en Jeannette van Arenthals (red.), Living Memoria. Studies in Medieval and Early Modern Memorial Culture in Honour of Truus van Bueren, Middeleeuwse Studies en Bronnen, CXXXVII (Hilversum 2011) 195-206.
  • Veen, J.S. van, en A.A. Beekman, Geschiedkundige atlas van Nederland. De kerkelijke indeeling omstreeks 1550 tevens kloosterkaart III De bisdommen Munster, Keulen en Luik; het bisdom Doornik (Den Haag 1923).
  • Vliet, Kaj van, In kringen van kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227 (Zutphen 2002).

Websites

Zie hoofdstuk zeven voor een algemeen overzicht van de literatuur en de websites die in deze inleidende teksten worden genoemd.


Terug naar boven
Medieval Memoria Online v1.1 — © 2013 Utrecht University