Medieval Memoria Online

4. Objecten


Samenvatting

Het onderdeel Memorial objects bevat inventarisaties en beschrijvingen van:

  • Grafmonumenten en grafzerken: hieronder worden alle soorten stenen en metalen grafbedekkingen verstaan, evenals cenotafen
  • Memorievoorstellingen: deze bestaan (meestal) uit een bijbelse of heiligenvoorstelling, met in de meeste gevallen de gebedsportretten van de te gedenken personen, vaak vergezeld van hun beschermheiligen, een tekst met hun naam en sterfdatum en een oproep tot gebed voor hun zielenheil, en - indien van toepassing - hun wapenschilden

Opgenomen zijn beschrijvingen van objecten die (tenminste gedeeltelijk) nog bestaan en die zeker of hoogstwaarschijnlijk afkomstig zijn uit middeleeuwse instellingen die gevestigd waren op het grondgebied van het huidige Nederland. Daaronder vallen ook objecten waarvan de huidige verblijfplaats onbekend is en waarvan foto's en moderne beschrijvingen bestaan. Niet opgenomen zijn objecten in beschrijvingen en tekeningen in middeleeuwse en zestiende-eeuwse archiefstukken zoals boedelinventarissen, en handschriften van geschiedkundigen zoals Arnoldus Buchelius (1565-1641) waarvan niet bekend is of ze nog bestaan.

Uitgangspunt voor de beschrijvingen is het gehele object. De combinatie van verschillende soorten gegevens kan aanwijzingen bieden betreffende het gebruik en functioneren van het object. Daarom zijn behalve over de voorstelling en de decoratie ook bijvoorbeeld velden opgenomen waarin het gebruikte materiaal en veranderingen van het object kunnen worden beschreven. Zo zijn voor een groot deel van de memorievoorstellingen de bijbehorende teksten verloren gegaan. Van gebeeldhouwde memorievoorstellingen, grafmonumenten en grafzerken is in veel gevallen de oorspronkelijke polychromie verdwenen. Dit kan belangrijke consequenties hebben voor het achterhalen van het gebruik en de functies van de objecten.


4.1 Definities en terminologie



Boven: Afb. 1. Zie MeMO memorial object ID 2971
Onder: Afb. 2. Zie MeMO memorial object ID 2849

Grafmonumenten en grafzerken
Grafmonumenten en grafzerken waren in het algemeen bedoeld om een grafplaats aan te duiden en een of meer personen te gedenken die eronder begraven lagen. Ook cenotafen, waarop mensen worden herdacht die elders waren begraven, zijn in deze database opgenomen. De teksten, heraldiek en grafbeelden op de grafmonumenten en grafzerken geven geen volledig beeld van wie er ooit onder begraven lagen. Er kunnen familieleden zijn bijgezet zonder dat ze vermeld of afgebeeld werden, maar ook andere personen.

De variatie aan grafmonumenten is groot: behalve vrijstaande tombes zijn er bijvoorbeeld tombes die tegen de muur of in een nis (Engels: recess) waren geplaatst en die al dan niet uitgebreid konden zijn met een aansluitend opstaand deel tegen de muur.

Op sommige grafmonumenten en grafzerken werden (twee- of) driedimensionale figuren aangebracht. Het gaat daarbij om transi's (Engels: cadavers), dat wil zeggen afbeeldingen van skeletten en halfvergane lijken, al dan niet in een lijkwade, of om gisanten oftewel ligbeelden (Engels: effigies of gisants) van levende figuren (zie afb. 1). Ook zerken kunnen zijn voorzien van dit type voorstellingen, ofwel in steen gebeiteld ofwel in laagreliëf. De levensgrote figuren representeren doorgaans de herdachte personen. Indien ze als vanitassymbolen fungeren, zijn ze meestal veel kleiner (zie MeMO memorial object ID 1291), maar bijvoorbeeld op de grafzerk van Antonis Taets van Amerongen (Domkerk Utrecht zie MeMO memorial object ID 78) fungeert het grote skelet als schildhouder en dus als vanitassymbool. Ook de enkele transi op het dubbele Brederode-grafmonument in Vianen is een verwijzing naar de vergankelijkheid van het lichaam en niet een voorstelling van een van beide overledenen (MeMO memorial object ID 789). Zie 3.7 in verband met het zoeken in de database naar gisanten en transi's.

Tot de grafzerken behoren stenen platen die min of meer overeenkomen met de lengte en breedte van een persoon. Aanzienlijk grotere zerken komen ook voor, evenals veel kleinere zerken, zoals de stenen die in documenten uit Oudewater met 'hooftstuck' worden aangeduid. Dit soort stenen van kleiner formaat komt ook elders voor, zie bijvoorbeeld MeMO memorial object ID 1310 en MeMO memorial object ID 1313 in resp. Noordwijk en Utrecht. Of het in al deze gevallen steeds om stenen in de vloer gaat, is niet duidelijk. Mogelijk stonden kleinere stenen op kerkhoven en tegen de muur ook rechtop.

Grafmonumenten en -zerken konden geheel of gedeeltelijk zijn bedekt met messing platen (Eng.: brasses) waarin de menselijke figuren en/of skeletten, heraldiek, teksten en overige decoraties waren aangebracht (afb. 2). Zowel de stenen als de messing platen waren oorspronkelijk vaak kleuriger dan ze nu zijn: stenen zerken konden (gedeeltelijk) beschilderd zijn of met een ander materiaal ingelegd, en de messing platen waren soms gedecoreerd met email of zelfs zilver. De kleding van gisanten was soms versierd met (half)edelstenen, zie afb. 9. Zie in verband met het in de database zoeken naar (resten van) messing platen 3.7.

Memorievoorstellingen (Memorialbilder)
Memorievoorstellingen bestaan uit (meestal) een bijbelse of heiligenvoorstelling, met in de meeste gevallen de gebedsportretten van de te gedenken personen, vaak vergezeld van hun beschermheiligen, met een tekst met hun naam en sterfdatum en een oproep tot gebed voor hun zielenheil, en - indien van toepassing - hun wapenschilden. De herdachte personen konden in een religieuze voorstelling ook alleen via hun namen en wapenschilden vertegenwoordigd zijn, en zelfs via hun naamheiligen zoals in het altaarstuk van Antonis Pot en zijn familie (zie MeMO memorial object ID 496).

Memorievoorstellingen kunnen als zelfstandige objecten hebben gefungeerd. Het gaat dan om

  • beeldhouwwerken
  • paneelschilderingen
  • gebrandschilderde glasvensters (afb. 3) en
  • liturgische gewaden van de priesters en hun assistenten (afb. 4)

Ze bevonden zich ook

  • in liturgische manuscripten en getijdenboeken
  • op liturgisch vaatwerk zoals kelken en
  • op kerkmeubilair

Omdat deze laatstgenoemde groepen memorievoorstellingen nog niet zijn geïnventariseerd, zijn alleen de op zich staande memorievoorstellingen in MeMO opgenomen. Deze zelfstandige memorievoorstellingen kregen veelal een plaats in de kerken, kapellen en kerkhoven van parochies, kloosters, gasthuizen, etc. ofwel bij het graf van de herdachte personen ofwel op een andere plaats in dezelfde instelling. Ze konden echter ook voor een andere instelling bestemd zijn. Vooral via deze laatstgenoemde mogelijkheid vergrootte men de kans op gebed voor het zielenheil en kon men de verbondenheid met meerdere instellingen tonen. Dit was ook een van de redenen waarom van wereldlijke heersers en van kerkvorsten het hart, de ingewanden en het lichaam in verschillende instellingen werden begraven, zie afb. 5.

De onderstaande tabel bevat een overzicht van in de MeMO-database en ondersteunende producten gebruikte termen die betrekking hebben op grafmonumenten, grafzerken en memorievoorstellingen.


Term Uitleg

  Algemene aanduidingen
Commemorative marker (gedenkteken) Verzamelnaam voor alle objecten met memoriefuncties die bedoeld waren om een graf aan te duiden. In de MeMO-database en ondersteunende producten wordt de term echter gebruikt voor een specifieke groep, namelijk de memorial tablets (gedenkstenen), de crosses (kruisen) en de wall memorials (gedenktekens aan de muur).
Memorial item (object met memoriefunctie) Object met een of meer memoriefuncties

  Typen grafmonumenten en grafzerken
Chest tomb or altar tomb (altaartombe) Een monument dat bestaat uit een tombe (stenen kist), met of zonder een gisant of transi op de bovenplaat, zie MeMO memorial object ID 2941 en afb. 9. NB in dit type monumenten ligt het lichaam begraven onder het monument.
Cross (kruis) Meestal een houten of stenen kruis op een graf in een kerkhof, met al dan niet een inscriptie, en soms met heraldiek. Zie MeMO memorial object ID 1628.
Double-decker monument (dubbeldekkertombe) Een specifiek type grafmonument dat uit twee verdiepingen bestaat (zie hieronder) met de gisant van de overledene op het bovenste deel en een afbeelding van een lijk of skelet op het onderste deel, zie MeMO memorial object ID 2251.
Floor slab (grafsteen, grafzerk) De term floor slab wordt gebruikt voor stenen die deel uitmaken van een kerkvloer. Zie ook Tomb slab en Memorial tablet.
Freestanding tomb monument (vrijstaand grafmonument) Een vrijstaand grafmonument, vaak prominent geplaatst voor een altaar, zie MeMO memorial object ID 2972. Een dergelijk monument kan later tegen een muur of in een nis zijn geplaatst, zie MeMO memorial object ID 1210.
Memorial brass (messing grafplaat) Een gegraveerde plaat van messing die meestal iets verzonken is aangebracht in een stenen plaat en bevestigd is met dikke metalen spijkers (Engels: rivets). De platen variëren qua formaat en kunnen afbeeldingen, inscripties en /of de wapenschilden van de overledenen tonen, evenals decoraties. Een groot deel van deze brasses zijn verdwenen; alleen de uitsparingen in de steen zijn nog zichtbaar en soms zijn de metalen spijkers bewaard gebleven. Zie afb. 2 maar ook MeMO memorial object ID 1090.
Painted burial cyst (grafkeldertje) Een kleine bakstenen grafkelder in een kerk of kapel, waarvan de bepleisterde muurtjes aan de binnenzijden zijn beschilderd met religieuze voorstellingen. De zijn in het Nederlands bekend als grafkeldertje (in het Frans als caveau peint). Grafkeldertjes zijn ****bijvoorbeeld aangetroffen in Aardenburg (Zeeland) en Utrecht. Zie MeMO memorial object ID 3277.
Recess tomb (tombe in een nis) Een grafmonument dat geplaatst is in een nis in een muur. Zie MeMO memorial object ID 2959.
Sarcophagus (sarcofaag) Stenen grafkist (monoliet) waarvan al dan niet alleen taps toelopende deksel voorzien is van een beschilderde of gebeeldhouwde decoratie en / of een inscriptie, zie MeMO memorial object ID 2565. In veel gevallen is alleen de deksel bewaard gebleven, zie MeMO memorial object ID 2342.
Tomb slab (steen die een tombe bedekt) Stenen plaat, monoliet, die een tombe of een verhoogd graf bedekt. Door veranderingen of het verloren gaan van de tombe is het maken van een onderscheid tussen een tomb slab en een floor slab vaak moeilijk, omdat de overgebleven deksel van een tombe op of in de vloer kan zijn aangebracht, zie MeMO memorial object ID 414 en ID 449.
Two-tier tomb (tombe met twee verdiepingen) Een monument dat bestaat uit twee stenen platen boven elkaar, waarop op iedere laag een gisant of objecten, zoals een harnas en wapens, kunnen liggen, zie MeMO memorial object ID 2970.
Wall tomb (muurtombe) Een grafmonument bestaande uit een tombe (stenen kist) die tegen of deels in een muur is geplaatst, zie MeMO memorial object ID 3522.

  Memorievoorstellingen

Memorievoorstelling, memorietafel, memoriestuk (Memorialbild)
Diptych (diptiek) Een kunstwerk dat bestaat uit twee luiken, zie MeMO memorial object ID 719.
Memorial painting (geschilderde memorievoorstelling) Een memorievoorstelling geschilderd op paneel, doek, glas of een muur. Zie het familie Beesd van Heemskerk altaarstuk en afb. 3.
Memorial piece (memorievoorstelling) Een voorstelling bestaande uit (meestal) een bijbelse of heiligenvoorstelling, met in de meeste gevallen de gebedsportretten van de te gedenken personen, vaak vergezeld van hun beschermheiligen, met een tekst met hun naam en sterfdatum en een oproep tot gebed voor hun zielenheil, en - indien van toepassing - hun wapenschilden. NB Er bestaan in Nederland ook memorievoorstellingen waarin de gebedsportretten de hoofdvoorstelling vormen. In het Nederlands zijn de volgende termen gangbaar: memoriestuk (geschilderd of gebeeldhouwd), memorietafel (geschilderd) of memorievoorstelling (meest algemene aanduiding).
Memorial sculpture (gebeeldhouwde memorievoorstelling) Een gebeeldhouwde of gebeitelde of gegraveerde memorievoorstelling, gemaakt van steen, hout of in metaal aangebracht, zie MeMO memorial object ID 492, ID 503 en ID 925.
Memorial tablet (gedenksteen) Meestal een stenen plaat die bevestigd is aan een muur en voorzien is van een gebeitelde of geschilderde memorietekst. NB Een plaat die nu wordt aangezien voor een gedenksteen, kan oorspronkelijk
  • een deel zijn geweest van een memorievoorstelling, of
  • een kleine grafsteen zijn geweest met een tekst die overeenkomt met in memorievoorstellingen gebruikelijke tekst (een zin met daarin de naam en de sterfdatum en een oproep tot gebed) die later in de muur is aangebracht, zie afb. 6.
Polyptych (veelluik) Geschilderde of gebeeldhouwde kunstwerken die bestaan uit meer dan een deel, maar de term wordt vaak gebruikt voor kunstwerken die meer luiken hebben dan een drieluik. In de MeMO-database, websites en PDF's wordt het woord gebruikt in de deze laatstgenoemde betekenis. Zie MeMO memorial object ID 677
Single piece (enkel stuk) Geschilderd of gebeeldhouwd kunstwerk dat slechts uit een deel bestaat en niet voorzien is van een of meer luiken. Zie MeMO memorial object ID 524 en 843
Succession series (opvolgingsreeks) Rijen portretten of wapenschilden van elkaar opvolgende wereldlijke of kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders of stamhouders van een geslacht. Zie MeMO memorial object ID 748.
Triptych (drieluik) Kunstwerk dat bestaat uit een middendeel en twee luiken. Zie MeMO memorial object ID 516
Wall memorial Een monument dat aan of deels in een muur is aangebracht en dat is vervaardigd om een of meer personen te gedenken en dat gewoonlijk bestaat uit een memorietekst met randdecoraties, zie MeMO memorial object ID 1385

  Onderdelen van deze objecten
Cadaver (transi) Afbeelding van de overledene als een lijk (in een lijkwade) of een skelet, bedoeld om de vergankelijkheid van het lichaam (en van het leven) te benadrukken, ofwel gebeeldhouwd, ofwel in steen gebeiteld of gegraveerd in een messing plaat, zie MeMO memorial object ID 281. (Soms fungeert een transi ook als personificatie van de Dood of als een embleem voor de sterfelijkheid van de mens, MeMO memorial object ID 2251.)
Devotional portrait (gebedsportret) Portret van persoon in gebedshouding, knielend en/of met de handen in gebed gevouwen, zie bijvoorbeeld het familie Beesd van Heemskerk altaarstuk
Effigy (grafbeeld of gisant) Een afbeelding van een overledene op een grafmonument of grafzerk, gebeeldhouwd of gebeiteld in steen of gegraveerd in een metalen plaat, vaak in liggende houding; ook bekend als gisant of ligbeeld. Zie MeMO memorial object ID 1291
Epitaph (epitaaf) Term die in verschillende talen al in de middeleeuwen wordt gebruikt voor zowel een memorievoorstelling als een memorietekst, maar die in het Engels uitsluitend de memorietekst op een zerk of monument aanduidt. In de MeMO-database en ondersteunende producten wordt de term epitaaf alleen gebruikt voor de memorietekst.
Gisant (gisant, ligbeeld) Afbeelding van de overledene, liggend op een grafmonument of grafzerk, gebeeldhouwd of in steen gebeiteld of in messing gegraveerd (afb. 1), zie ook Effigy.
Palimpsest (palimpsest) Een term die in het onderzoek van handschriften wordt gebruikt ter aanduiding van een hergebruikt blad, maar die ook kan worden gebruikt voor hergebruikte grafstenen en messing grafplaten (Engels: brasses) die zijn omgedraaid en opnieuw zijn gebruikt.
Pleurant or weeper (pleurant) Term gebruikt om de rouwende figuren op een graftombe aan te duiden. Deze moeten niet verward worden met biddende geestelijken die worden aangetroffen op (Engelse) tomben, of met de kleine figuren van familie, vrienden en nageslacht van de overledene die soms de grote gisanten van de overledenen vergezellen.
Tapered slab (taps toelopende steen) Een stenen zerk die geleidelijk afneemt in breedte en waarvan de vorm erop wijst dat het om de deksel van een sarcofaag gaat, zie MeMO memorial object ID 1382.
Shield ((wapen)schild) De verschillende schildvormen die in de MeMO-database worden genoemd zijn weergegeven in een tekening


Terug naar boven

4.2 Criteria voor het opnemen van objecten

Afb. 4. Museum Catharijneconvent Utrecht, ABM t 2010a.

Uitgangspunt
Opgenomen zijn grafmonumenten, grafzerken en memorievoorstellingen die (tenminste gedeeltelijk) nog bestaan en die afkomstig zijn uit middeleeuwse instellingen op het grondgebied van het huidige Nederland. Een aantal van de opgenomen objecten is niet heel precies te plaatsen omdat de instelling waarin zij oorspronkelijk een functie hadden niet bekend is.Als periodisering is het tijdvak tot 1580 gekozen. Rond 1580 werd vanwege de Reformatie het katholicisme in grote delen van het huidige Nederland als de publieke religie (tijdelijk) afgeschaft. Zowel grafmonumenten en grafzerken als memorievoorstellingen konden lang voor en lang na de dood van een of meer van de op het object herdachte personen worden geplaatst. Daarom is bij de datering steeds de datering nader verantwoord. Een datum van overlijden geeft dus alleen een indicatie voor nader onderzoek.

Opgenomen zijn:

  • Objecten waarvan in ieder geval nog ten minste één gedeelte bewaard is gebleven, MeMO memorial object ID 3572, fragmenten van een brass
  • Objecten waarvan fotomateriaal of een moderne beschrijving bestaat, maar waarvan de huidige verblijfplaats onbekend is, zie MeMO memorial object ID 579 en enkele verwoeste objecten waarvan fotomateriaal bestaat. De laatstgenoemde beschrijvingen zijn te vinden via Search database, onder Category: Type: Memorial item, only surviving as a printed image, drawing or photo)
  • Objecten waarvan de precieze datering onbekend is, maar waarvan op stilistische gronden vermoed wordt dat ze van vóór of omstreeks 1580 dateren, MeMO memorial object ID 210
  • Kopieën indien ook de kopie een functie heeft gehad of kan hebben gehad in de dodengedachtenis, MeMO memorial object ID 695
  • Objecten waarvan de oorspronkelijke plaats van functioneren (vooralsnog) niet kon worden vastgesteld, maar die gemaakt zijn door in Nederland werkzame kunstenaars en steenhouwers. In deze gevallen wordt de mogelijkheid verondersteld dat deze werken in het onderzochte gebied een memoriefunctie vervulden.
  • Objecten gemaakt door kunstenaars en steenhouwers die buiten Nederland werkzaam waren, maar waarvan zeker is of verondersteld wordt dat ze vóór 1580 in het gebied van het huidige Nederland een memoriefunctie hadden, MeMO memorial object ID 921
  • Objecten die aanvankelijk elders, maar daarna een memoriefunctie op een locatie in Nederland hadden, MeMO memorial object ID 921
  • Voorstellingen (al dan niet met gebedsportretten) die waarschijnlijk niet in eerste instantie zijn vervaardigd ter nagedachtenis van overleden personen. Ze kunnen bijvoorbeeld zijn gemaakt bij gelegenheid van een huwelijk, zie MeMO memorial object ID 626. Uit archiefstukken is bekend dat al bestaande kunstwerken later tot memorietafels vermaakt konden worden.

NB Het was niet altijd mogelijk de objecten ter plekke te bestuderen. Ook kon het MeMO-team niet altijd over goede foto's beschikken. Daardoor was het niet altijd mogelijk om volledige en correcte transcripties van de teksten op de objecten te maken en volledige en correcte beschrijvingen van de wapenschilden op te nemen.

Niet opgenomen zijn:

  • Memorietafels, grafmonumenten en grafzerken van Nederlanders die in het buitenland werden geplaatst
  • Objecten die worden vermeld in documenten maar waarvan de exemplaren zelf niet bekend zijn
  • Objecten die alleen als tekening of beschrijving uit genealogische en heraldische handschriften bekend zijn (afb. 7)
  • Werken waaraan na 1580 een gebedsportret of memorietekst is toegevoegd en die vanaf dat moment pas een memoriefunctie vervulden. NB Het gaat hier dus om objecten die voor 1580 een andere functie hadden. Objecten die nog tijdens het leven waren geplaatst maar waarop de sterfdatum pas na 1580 is toegevoegd, zijn wel opgenomen omdat ze bedoeld waren om de toekomstige overledenen te gedenken.

Het is goed mogelijk dat zerken, grafmonumenten en memoriestukken in privécollecties en in depots van archeologische diensten en musea nooit zijn geïnventariseerd en gepubliceerd. Om het MeMO-project hiervan op de hoogte te stellen, verzoeken wij je het Add new object or text-formulier in te vullen (zie menubalk en hoofdstuk 9).


  
Links: Afb. 5. Zie MeMO memorial object ID 2956
Rechts: Afb. 6. Zie MeMO memorial object ID 3371

Terug naar boven

4.3 Waarop is de verschafte informatie gebaseerd?

Afb. 7. Tekening van een waarschijnlijk verloren gegane Kruisiging met het gebedsportret van Dirk van Wassenaar.

Voor de inventarisaties en beschrijvingen is in het MeMO-project gebruik gemaakt van de mogelijkheden die hieronder, in willekeurige volgorde, zijn opgesomd. Voor de grafzerken en grafmonumenten zijn dit:

  • inventarisaties uit het verleden (met name van Bloys van Treslong, Belonje en Muschart, zie Literatuur hieronder en de literatuurverwijzingen in de database)
  • inventarisaties en fotoarchief van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit Nederland (SKKN) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
  • eigen onderzoek
  • nieuw gemaakte foto's (in samenwerking met de RCE)
  • foto's en informatie ontvangen van particulieren, kerken en bedrijven
  • publicaties

Voor de inventaris en beschrijvingen van de memorievoorstellingen is gebruikt gemaakt van:

  • het onderzoek van Truus van Bueren, medewerkers en studenten in het kader van het Memoriaproject. In het kader van dit project werden memorievoorstellingen voor het gebied van het (aarts)bisdom Utrecht voor de periode tot circa 1630 onderzocht. Een van de resultaten van dit project is de online database Memoria in Beeld (2007-2009)
  • Onderzoek van de objecten zelf en uitgebreide analyses van de inventarisaties (onderzoek verricht in het kader van het MeMO-project of het daaraan voorafgaande Memoriaproject)
  • foto's van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) en de SKKN
  • foto's van particulieren en veilinghuizen
  • publicaties van andere onderzoekers

In de beschrijvingen zijn verbeteringen van oude literatuur en nieuwe inzichten verwerkt. Zo worden sommige in de literatuur als sarcofaagdeksels aangeduide stenen uit de elfde tot veertiende eeuw tegenwoordig beschouwd als gedecoreerde zandstenen zerken, tenzij hun taps toelopende vorm of de bewaard gebleven sarcofaag tonen dat het inderdaad om de deksel van een sarcofaag gaat. Tevens is inmiddels bekend dat de platte stenen die nu in vloeren van kerken worden aangetroffen niet per definitie grafzerken zijn; het kunnen ook deksels van verloren gegane graftomben zijn. Deze laatstgenoemde objecten worden daarom in de database als één groep behandeld en aangeduid als 'Tomb slab or floor slab'.

Nieuw onderzoek heeft ook geleid tot correcties en aanvullingen op de informatie die in Memoria in beeld was opgenomen. NB Memoria in beeld is niet meer beschikbaar (sinds mei 2013). De database is opgegaan in de MeMO-database.


  
Afb. 8a en 8b. Zie MeMO memorial object ID 1437

Terug naar boven

4.4 Veranderingen en gevolgen



Boven: Afb. 9. Zie MeMO memorial object ID 2941
Onder: Afb. 10. Zie MeMO memorial object ID 1841

Algemeen
Veel grafzerken, memorievoorstellingen, etc. zien er tegenwoordig anders uit dan toen ze werden vervaardigd of nog hun oorspronkelijke functie hadden. Dit is het gevolg van:

De gevolgen zijn groot. Grote aantallen gebeeldhouwde memorievoorstellingen hebben een totaal ander aanzien gekregen omdat de beschildering (polychromie) verloren is gegaan. Soms zijn nog wat verfresten zichtbaar. Ook grafmonumenten en grafzerken, en de messing platen waarmee deze waren bedekt, konden deels van kleuren zijn voorzien. Dit geldt met name voor de grafbeelden en de wapenschilden. Hiervoor werden verf, gekleurd mastiek, ingelegde steen (bijvoorbeeld marmer of albast), email en (half)edelstenen gebruikt. Van wapenschilden zou men verwachten dat ze altijd beschilderd zouden zijn, maar of dit steeds zo was, is niet duidelijk. In een aantal gevallen zijn op de objecten de sporen van verf of andere kleurige versieringen nog zichtbaar, zie afb. 9.

Het moge duidelijk zijn dat ook voor onderzoekers die het bedoelde en het feitelijke functioneren van de objecten willen achterhalen de beschadigingen en ingrepen, het verloren gaan van teksten en schilderingen een probleem kunnen vormen.

Grafmonumenten en grafzerken
Het maken van de inventarisatie en de beschrijvingen van de grafmonumenten en grafzerken is in een aantal opzichten problematisch gebleken. Uitgangspunt vormden de inventarisaties en beschrijvingen van Bloys van Treslong Prins, Muschart, Belonje, etc. Hun inventarisaties zijn voor het onderzoek van grafmonumenten en grafzerken van groot belang geweest, maar inmiddels zijn ze achterhaald:

  • de inventarisaties bleken bij nadere inspectie inmiddels niet volledig te zijn
  • monumenten en zerken zijn onvolledig of incorrect beschreven
Tevens blijken de inventarisaties en de verschafte informatie niet altijd goed te beoordelen, omdat
  • een deel van de geïnventariseerde monumenten en zerken is verdwenen door brand, slijtage en andersoortige vernietiging
  • een deel van de zerken (mogelijk) nog wel bestaat, maar aan het zicht is onttrokken (door houten vloeren of vloerbedekking) zonder dat (goede) foto's zijn gemaakt.

Afb. 11. Tekening uit 1620 van de Van Beverenkapel in de Grote of Onze Lieve Vrouwekerk in Dordrecht.

Grafmonumenten en grafzerken zijn in een aantal gevallen verplaatst, binnen dezelfde kerk en zelfs naar andere kerken. In Utrecht bevindt zich momenteel een aantal grafzerken in een andere kerk dan de oorspronkelijke, terwijl de kerk van oorsprong nog wel bestaat: uit de Buurkerk zijn minstens acht zerken overgebracht naar de Domkerk, en uit de Domkerk zijn er drie naar de Janskerk gebracht. De verplaatsingen zijn veelal het gevolg van restauratieprojecten die plaatsvonden in de twintigste eeuw. Dit heeft onder andere consequenties voor het bepalen van de intenties van de opdrachtgevers, want deze hangt vaak samen met de oorspronkelijke locatie. In de database zijn uitspraken over de oorspronkelijke verblijfplaats en de oorspronkelijke locatie in de instelling, en over de functies van grafmonumenten en grafzerken dan ook met het nodige voorbehoud gedaan.

Voortschrijdende inzichten hebben eveneens geleid tot het maken van voorbehoud. Zo is bij het benoemen van steensoorten terughoudendheid betracht. De steensoort kan vaak alleen na uitgebreid onderzoek ter plaatse door deskundigen worden vastgesteld.

Memorievoorstellingen
Tegenwoordig herkennen we de memoriefunctie van memorievoorstellingen het gemakkelijkst aan de gebedsportretten van de al overleden kinderen met hun lange witte of gekleurde hemden en, indien de epitaafteksten nog aanwezig zijn, aan de vermeldingen van de namen en sterfdata. Deze teksten bevonden zich op lijsten van de schilderingen of op daaraan bevestigde tekstborden. Het overgrote deel van de teksten en tekstborden is echter verloren gegaan. Als de schilderijen nog hun oude lijsten hebben, zijn deze vaak geloogd waardoor ook de teksten erop verdwenen. Veel schilderijen zijn echter ook voorzien van nieuwe lijsten, waardoor de tekstborden die aan de oude lijsten bevestigd waren, eveneens zijn verwijderd. In sommige oorspronkelijke lijsten zijn nog wel de gaten aanwezig van de houten pennen waarmee de tekstbordjes aan de lijst waren bevestigd. Dit is het geval bij MeMO memorial object ID 626 en ID 633. Bij gebeeldhouwde memorievoorstellingen is het omgekeerde het geval: in veel kerken zijn alleen nog de tekstdelen aanwezig en zijn de voorstellingen verwijderd, zie bijvoorbeeld de St. Pieterskerk in Utrecht, MeMO institution ID 19 en afb. 10.

Voorbehoud: in memorievoorstellingen bevinden de gebedsportretten zich meestal bij een religieuze voorstelling. Daarom zijn panelen waarin gebedsportretten de hoofdvoorstelling vormen in de database beschreven als luiken van een groter geheel. Een voorbehoud is hier echter op zijn plaats: panelen met gebedsportretten die luiken lijken te zijn geweest, kunnen ook als zelfstandige schilderingen hebben gefunctioneerd. De als gebedsportret geportretteerde figuren waren in die gevallen bijvoorbeeld gericht naar een altaar, zie afb. 11.

Present location unknown
Houd er s.v.p. rekening mee dat de aanduiding 'present location unknown' bij memorievoorstellingen deels iets anders betekent dan bij grafmonumenten en grafzerken.

  • Voor memorievoorstellingen bestaat meestal een sterk vermoeden dat de objecten nog wel bestaan, maar dat ze zich in een onbekende particuliere verzameling bevinden of in een museum waarvan geen bestandscatalogus bestaat.
  • Over grafmonumenten en grafzerken bestaat meer onzekerheid: ze kunnen, zoals hierboven beschreven, zijn vernietigd, bedekt of verplaatst. Aangezien niet alle objecten ter plekke of via foto's onderzocht konden worden en meer recente literatuur niet altijd voorhanden is, is in een aantal gevallen de informatie uit oudere literatuur gehandhaafd.


Terug naar boven

4.5 Functies

De functies van grafmonumenten, grafzerken en memorievoorstellingen
Grafmonumenten, grafzerken en memorievoorstellingen hadden allemaal een liturgisch/religieuze functie: ze dienden niet alleen om de gememoreerde personen te gedenken, maar ook om gebed voor hun zielenheil te vragen. Deze functie kon verweven zijn met sociale, historische, politiek-maatschappelijke en/of didactische functies, zie verder hierover 1.2 Dodengedachtenis en identiteit. De in de database opgenomen aanduidingen van functies betreffen de door de opdrachtgevers bedoelde functies van de objecten. Of de gelovigen de bedoelingen van de opdrachtgevers begrepen en bijvoorbeeld een verzoek om gebed inwilligden is een andere zaak.

Voor de memorievoorstellingen zijn de functies gebaseerd op uitgebreid onderzoek, niet alleen van de objecten zelf, maar ook van de te gedenken personen en de opdrachtgevers, hun achtergronden en bredere contexten.

Voor de grafmonumenten en grafzerken hebben we ons doorgaans alleen gebaseerd op wat er te zien is op de objecten zelf. Indien we alleen beschikken over beschrijvingen of over minder goede foto's ofwel als het object beschadigd, afgesleten of slechts deels bewaard is, dan is in het geval van grafmonumenten en grafzerken de algemene functie aangegeven: 'liturgical/religious', met daarachter slechts de opmerking 'no information on possible other functions'. Voor goed bewaarde objecten waarvan goede foto's aanwezig zijn, zijn de functies nader beschreven.

Aanwijzingen voor de functies op de objecten zelf:

  • portretten en/of inscripties waaruit de samenstelling van de gememoreerde personen blijkt: de sociale functies (zie voor een toelichting hieronder);
  • inscripties met een bijzondere boodschap: verwijzingen naar historische feiten, politiek-maatschappelijke uitspraken of didactische boodschappen (meestal variaties op 'Gedenk dat gij zult sterven');
  • decoraties met didactische boodschappen (de Dood, geraamten, schedels, zandlopers).
Hierbij moet worden aangetekend dat inscripties bijvoorbeeld onvolledig kunnen zijn zonder dat dit thans nog zichtbaar is.

Sociale functies
Voor de sociale functies is een onderscheid gemaakt tussen objecten waarop slechts één persoon herdacht wordt en objecten waarop groepen worden herdacht. Dit geldt voor zowel de grafmonumenten en grafzerken als de memorievoorstellingen. Zie voor de groepen het keuzelijstje onder 'Commemorated party' in het zoekformulier van Search database. Voor de familiegroepen is de volgende indeling aangehouden:

  • Nuclear family
    • Een gezin met kinderen
    • Eén ouder en één of meer van de kinderen
    • Meerdere kinderen uit hetzelfde gezin
  • Extended family
    • Alle families en delen van families die meer dan twee generaties behelzen, dus grootouders, ouders, kinderen of nog meer generaties
    • Familieleden die geen deel uitmaken van hetzelfde gezin, bijvoorbeeld oom en neef
    • Een (deel van een) gezin met één of meer aangetrouwde familieleden
    • Een combinatie van gezinnen omdat de vader of moeder meerdere malen is getrouwd

NB Indien iemand als enige op een grafmonument of zerk wordt vermeld en wordt aangeduid met de eigen naam gevolgd door 'man van' of 'vrouw van', of wanneer wapenschilden van andere familieleden zoals voorouders zijn afgebeeld, dan hebben we deze herdachte personen desondanks als individueel herdachte personen beschouwd. Er is in deze gevallen dus geen sociale functie toegekend aan het object. Onderzoekers die zich willen verdiepen in de aangegeven relaties op de objecten kunnen op basis van de inscripties en de wapenschilden nader onderzoek doen.


Terug naar boven

4.6 Verantwoording transcripties en vertalingen

Algemeen
MeMO heeft zich als doel gesteld kritisch-normaliserende transcripties te maken. Dit wil zeggen dat alles in de transcriptie is uitgeschreven en opgelost. Oplossingen van afkortingen, diakritische tekens etc. zijn niet gemarkeerd. Er is besloten geen diplomatische transcripties te maken, mede omdat het de bedoeling is dat de gebruiker zelf de bijgeleverde foto's kan raadplegen. Al voorhanden zijnde transcripties zijn waar mogelijk door ons gecorrigeerd op grond van eigen interpretatie van foto's. Indien we niet over foto's beschikten zijn transcripties letterlijk overgenomen uit publicaties of van onderzoekers die ons nadere informatie stuurden.

Middelnederlandse transcripties

  • De transcriptie volgt zo getrouw mogelijk de oorspronkelijke tekst op het object. Bij twijfel over een afkorting is het afgekorte woord weergegeven, zodat er niet geïnterpreteerd wordt.
  • Spelling persoonsnamen: de naam van de herdachte persoon is gespeld zoals deze vermeld staat. Patroniemen zijn uitgeschreven. NB. De transcripties van de memorievoorstellingen zijn overgenomen van de website en database 'Memoria in beeld', waarin patroniemen niet zijn uitgeschreven.
  • Uitzonderingen. In sommige gevallen is de letter getranscribeerd die correspondeert met de huidige klank van het woord, dus:
    • de letter y kan een ij kan worden wanneer de klank nu een ij is, bijv. wyf wordt wijf
    • de i kan vervangen worden door een j, bijv. Ian wordt Jan
    • de u kan veranderd worden in een v, bijv. begrauen wordt begraven
    • de w kan vervangen worden door een u(u), bijv. Wlbe wordt Ulbe
    • NB De letters s/z en v/f blijven onveranderd, dus: siele, frome etc.
  • De transcriptie volgt het cijfertype (Romeins of Arabisch) dat in de oorspronkelijke tekst gebruikt wordt.
  • Interpunctie is waar nodig toegevoegd om de leesbaarheid te vergroten, zonder daarbij de betekenis van de tekst te veranderen. Hoofdlettergebruik is aangepast aan de moderne schrijfwijze: plaats- en persoonsnamen met een hoofdletter.
  • Tekst die thans onleesbaar/verdwenen en daardoor onbekend is, is aangeduid met [...], d.w.z. vierkante haken met altijd drie puntjes, onafhankelijk van het aantal onleesbare/verdwenen tekens.
  • Tekst die thans onleesbaar/verdwenen is, maar dankzij oude bronnen of literatuur aan ons bekend is, is tussen vierkante haken geplaatst. Waar bepaalde woorden of letters verondersteld mogen worden omdat ze bijvoorbeeld deel uitmaken van een vaste frase, is de tekst tussen vierkante haken aangevuld, dus 'int [jaer ons] Heren'.
  • Bij twijfel over de juistheid van het getranscribeerde woord, wordt dit woord gevolgd door (?)
  • Het einde van versregels is d.m.v. 'spatie-slash-spatie' weergegeven ( / ).
  • Opmerkzame zaken m.b.t. de transcriptie zijn in het Remarks-veld eronder nader toegelicht.

Vertaling Engels

  • Er is zo veel mogelijk de volgorde en stijl van de oorspronkelijke tekst gevolgd; dus 'In het jaar ons heren XVc XXIV op den XIII dach van september' wordt 'In the year of our Lord 1524 on the 13th day of September' en niet 'On 13 September 1524'.
  • Spelling persoonsnamen: de naam van de herdachte persoon is gespeld volgens de actuele Nederlandse spelling in de secundaire literatuur (de gestandaardiseerde Nederlandse naam). Wanneer die niet voorhanden is, is volstaan met de naam zoals die in de transcriptie voorkomt (de Middelnederlandse naam). Alleen in het geval van internationaal bekende personen is de Nederlandse naam naar het Engels vertaald, bijv. Jacqueline of Bavaria voor Jacoba van Beieren.
  • Spelling topografische aanduidingen: plaatsnamen, namen van heerlijkheden etc. zijn aangeduid met de moderne Nederlandse naam (m.u.v. van The Hague voor Den Haag en Flushing voor Vlissingen).
  • Cijfers: Romeinse cijfers zijn omgezet naar Arabische cijfers.
  • Religieuze feestdagen: de naamdagen van heiligen zijn aangeduid met 'the feast(day) of St ...'. Voorbeeld: 'op Sint Margarieten dach' wordt 'on the feast(day) of St Margaret'. NB. Bedenk dat 'the eve of St Margaret' de dag vóór de naamdag is, net zoals Sinterklaasavond op 5 in plaats van 6 december valt.
  • De Nederlandse aanspreektitel 'heer' wordt vertaald al 'sir' voor een geestelijke heer en als 'lord' voor een wereldlijke heer.
  • Getranscribeerde woorden waarvan de moderne betekenis onbekend of onduidelijk is zijn vervangen door: [?]. Onzekere vertalingen worden door gevolgd door: (?).

Vertaling modern Nederlands

  • Er is zo veel mogelijk de volgorde en stijl van de oorspronkelijke tekst gevolgd; dus 'In het jaar ons heren XVc XXIV op den XIII dach van september' wordt 'In het jaar onzes Heren 1524 op de 13e dag van september' en niet 'Op 13 september 1524'.
  • Spelling persoonsnamen: de naam van de herdachte persoon is gespeld volgens de actuele Nederlandse spelling in de secundaire literatuur (de gestandaardiseerde Nederlandse naam). Wanneer die niet voorhanden is, is volstaan met de naam zoals die in de transcriptie voorkomt (de Middelnederlandse naam).
  • Spelling topografische aanduidingen: plaatsnamen, namen van heerlijkheden etc. zijn aangeduid met de moderne Nederlandse naam.
  • Cijfers: Romeinse cijfers zijn omgezet naar Arabische cijfers.
  • Religieuze feestdagen: de naamdagen van heiligen zijn aangeduid met 'de (feest)dag van St. ...'. Voorbeeld: 'op Sint Margarieten dach' wordt 'op de (feest)dag van St. Margaretha'. NB. Bedenk dat 'Sint Margarieten avont' de dag vóór de naamdag is, net zoals Sinterklaasavond op 5 in plaats van 6 december valt.
  • Getranscribeerde woorden waarvan de moderne betekenis onbekend of onduidelijk is zijn vervangen door: [?]. Onzekere vertalingen worden door gevolgd door: (?).

Latijnse transcripties
De regels voor de transcriptie en de vertalingen van de Latijnse teksten komen overeen met die voor de Middelnederlandse. Speciale aandacht wordt gevraagd door de volgende bijzonderheden:

  • De i en de j worden altijd getranscribeerd als i.
  • De y en de ij worden weergegeven als ii.
  • De u en de v worden als u weergegeven in vocaalpositie, als v in consonantpositie.
  • De spelling met c in plaats van t voor de i, en met ch in plaats van h zoals in nichil, wordt niet genormaliseerd.
  • Onleesbare tekst wordt weergegeven als [...] ; gereconstrueerde letters worden tussen [ ] gezet.
  • Eigennamen, cijfers en feestdagen worden behandeld zoals in het Middelnederlands.
  • Het verseinde wordt weergegeven door spatie-slash-spatie ( / ). Informatie over de aard van de verzen (dactylische hexameters, disticha, sapphische strofen enz) wordt in het veld Remarks geplaatst.
  • Emendaties (verbeteringen in Latijn dat op de inscriptie goed leesbaar is) worden niet in de tekst aangebracht; waar van toepassing, wordt een opmerking geplaatst in het veld Remarks.
  • Voor de weergave van bijbelverzen wordt geen gebruik gemaakt van een standaardversie van de Vulgaat, maar direct vertaald uit de tekst op de inscriptie. De reden is dat de Vulgaat vaak wordt geparafraseerd, verkort weergegeven of aangepast aan de specifieke context.

NB Voor de bewerking van de Latijnse grafschriften geldt dat deze in het algemeen nog een voorlopig karakter heeft. Autopsie kon bij de meeste inscripties niet worden toegepast, en goede foto's waren niet voor alle grafzerken beschikbaar. In veel gevallen is uitgegaan van oudere deelpublicaties van de grafschriften (aangegeven in de literatuuropgaven), maar deze bleken niet altijd betrouwbaar.

Persoonsnamen
In zowel de Latijnse als de Middelnederlandse transcripties is de oorspronkelijke spelling van persoonsnamen aangehouden. Echter voor de vertalingen, zowel naar het Engels als naar modern Nederlands, hebben we er voor gekozen om de moderne Nederlandse standaardspelling aan te houden, behalve als het gaat om personen die internationaal bekend zijn, zoals Jacoba van Beieren. In dergelijke gevallen wordt in de Engelse vertaling ook de Engelse persoonsnaam gebruikt. Gebruikers van de Engelse vertalingen moeten er rekening mee houden dat de spelling van familienamen nog niet gestandaardiseerd was in de middeleeuwen. Binnen de nomenclatuur kwamen twee verschillende variaties vaak voor:

  • Voornaam plus patroniem, van het type:
    • Pieter Dirkszoon / Pieter Dirksz (Pieter de zoon van Dirk)
    • Margriet Jansdochter / Margriet Jansdr (Margriet de dochter van Jan)
  • Voornaam plus toponiem, waarbij de verbinding plaatsvindt door middel van woorden als 'van', 'vander', 'te', 'to', 'tho', etc.:
    • Gerard van Imstenraedt
    • Eppo tho Nansum
  • Ook combinaties van een patroniem en een toponiem kunnen voorkomen: Gijsbert Hendriksz. van Heel
  • Soms is een patroniem toegevoegd ná de familienaam: Arnt Berck Jansz.
  • Zestiende-eeuwse Neolatijnse inscripties geven de namen van herdachte personen vaak in sterk gelatiniseerde vorm: Joachimus Schuttorpius
  • Latijnse namen kwamen soms ook voor in Middelnederlandse teksten: Anno 1568 [...] starf de w.h. heer Aucko Ludolpi Oldehem [...].

Voornamen in de noordelijke provincies (Friesland en de voormalig Friessprekende streken binnen Groningen) waren erg gevarieerd, en hebben vaak geen modern Nederlands equivalent. In de overige delen van het land waren er een aantal meer algemene voornamen, waar bovendien ook een Engelse vertaling voor bestond:

Jongensnamen

Arend, Arnt, Aernout Arnold
Dir(c)k Derrick, Thierry
Evert Everard
Gerard, Geer(d)t, Gerrit Gerald
Hendrik Henry
Jan, Johan, Johannes John
Jacob, Jacobus James
Joost Just, Josse
Klaas, Claes (= Nicolaas) Colin, Nicholas
Matthijs Matthew
Pieter Peter
Steven Stephen

Meisjesnamen

Aechte Agatha
Berber Barbara
Catrien Catharine
Lysbeth, Liesbet Elisabeth
Tryn, Trijn, Trijntje Zie Catrien


Terug naar boven

4.7 Literatuur en websites

Literatuur

  • Badham, Sally, '"A new feire peynted stone". Medieval English incised slabs?', Church Monuments 19 (2004), 20-52.
  • (Serie) Belonje, J. en P.C. Bloys van Treslong Prins, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden (per provincie geordend) (Utrecht, vanaf 1928).
  • (Serie) Bloys van Treslong Prins, P.C., Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden (per provincie geordend) (Utrecht, vanaf 1917).
  • Bueren, Truus van, 'Gebeeldhouwde nagedachtenis in de Domstad' in: Micha Leeflang en Kees van Schooten (red.) Middeleeuwse beelden uit Utrecht 1430-1530 (Utrecht/Antwerpen 2012) 30-47.
  • Bueren, Truus van, en Gerhard Oexle, 'Das Imaginarium der Sukzession: Über Sukzessionsbilder und ihren Kontext' in: Truus van Bueren en Andrea van Leerdam (red.), Care for the Here and the Hereafter: Memoria, Art and Ritual in the Middle Ages (Turnhout 2005) 55-77.
  • Bueren, Truus van, en W.C.M. Wüstefeld, Leven na de dood. Gedenken in de late Middeleeuwen (Turnhout 1999).
  • Cameron, H.K., A list of monumental brasses on the Continent of Europe (London: Monumental Brass Society, 1970), 80-85, 'Holland'.
  • Engen, Hildo van, 'Memor esto mei. Devotional diptychs And Religious Orders in the Late Medieval Low Countries' in: Weijert, Rolf de, Kim Ragetli, Arnoud-Jan Bijsterveld en Jeannette van Arenthals (red.), Living Memoria. Studies in Medieval and Early Modern Memorial Culture in Honour of Truus van Bueren, Middeleeuwse Studies en Bronnen, CXXXVII (Hilversum 2011) 269-287.
  • Herwaarden, Jan van, e.a. (red.), Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (Hilversum 1996).
  • Meuwissen, Daan, en Ige Verslype, 'Praatjes rondom gaatjes. Materieel onderzoek naar lijsten en panelen van memorietafels in Museum Catharijneconvent', in: Peter van de Brink and Liesbeth M. Helmus (eds.), Album Discipulorum J.R.J. van Asperen de Boer (Zwolle 1997) 127-136.
  • Meuwissen, Daantje, Gekoesterde traditie. De portretreeks met de landcommandeurs van de Utrechtse Balije van de Ridderlijke Duitsche Orde (Hilversum 2011).
  • Muschart, R.T., Grafzerken en grafmonumenten in de Groote- of St. Eusebiuskerk te Arnhem (Arnhem 1935).
  • Oosterwijk, Sophie, 'Babes on brackets. A meaningful distinction or an iconographic oddity on medieval tomb monuments?', in: Weijert, Rolf de, Kim Ragetli, Arnoud-Jan Bijsterveld en Jeannette van Arenthals (red.), Living Memoria. Studies in Medieval and Early Modern Memorial Culture in Honour of Truus van Bueren, Middeleeuwse Studies en Bronnen, CXXXVII (Hilversum 2011) 251-268.
  • Tummers, Harry, 'Medieval effigial monuments in the Netherlands', Church Monuments, 7 (1992), 19-33.
  • Westra van Holthe, J. en Belonje, J., Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe (Assen 1937).

Websites

Zie hoofdstuk zeven voor een algemeen overzicht van de literatuur en de websites die in deze inleidende teksten worden genoemd.


Terug naar boven
Medieval Memoria Online v1.1 — © 2013 Utrecht University