Schenkingen van liturgische gewaden

Medieval Memoria Online

Schenking

Vervaardiging

Objectbeschrijvingen

Vierstel geschonken door David van Bourgondië

Noordelijke Nederlanden (Utrecht?), ca. 1450-1500 (datering op basis van stijl)

Goudbrokaat, gouddraad en floszijde

Museum Catharijneconvent, Utrecht (koorkap: inv. nr. OKM t89; dalmatieken: inv. nr. OKM t90a-b); Sint-Pauluskathedraal, Luik (kazuifel)

(klik op de kleine afbeeldingen voor een vergroting)
Kazuifel - Achterzijde

Dit vierstel, een set van een kazuifel, een koorkap, en twee dalmatieken, is in meerdere opzichten bijzonder. Ten eerste is het een van de weinige complete bewaard gebleven gewadensets uit de middeleeuwen. Daarnaast zijn de gewaden na de middeleeuwen niet ingrijpend aangepast, en ten slotte kunnen vermeldingen betreffende het vierstel gevonden worden in contemporaine bronnen, waardoor de geschiedenis van de gewaden goed te reconstrueren is.

Dat de vier gewaden als één stel bedoeld zijn, is duidelijk te zien. Elk gewaad is gemaakt van rood goudbrokaat en toont dezelfde wapenschilden. De wapenschilden verwijzen naar het bisdom Utrecht en naar David van Bourgondië, bisschop van Utrecht van 1456 tot 1496. Ook de granaatappels en distels die in de stof zijn ingeweven, de tondeldozen en de spreuk 'altyt bereit' op het kazuifel zijn verwijzingen naar David van Bourgondië, die dan ook als stichter van het 'gouden vierstel' moet worden gezien.

Portret van David van Bourgondië, uit het Recueil d'Arras (Foto: Wikimedia Commons)

David van Bourgondië was een gulle schenker, die vele verfraaiingen van religieuze instellingen in zijn bisdom sponsorde, en onder meer vele schenkingen van liturgisch textiel deed aan verschillende kerken. Vanwege de zeer kostbare uitvoering van dit vierstel en de positie van David van Bourgondië als bisschop is lange tijd aangenomen dat het bestemd was voor de Domkerk in Utrecht. In een inventaris van de Utrechtse Janskerk van 23 januari 1501 lezen wij echter:

Item tres cappe nove rubree de panno aureo, una ex dono domini Davidis de Burgundia episcopi Trajectensis, et alia duo comparata per capitulem. Item una casula de panno cappe domini Davidis predicti cum suis armis, stola et manipula. Item borde de aureo contexte cum 32 ymaginibus ad conficiendam duas tunicas responsuras casule predicte et quattuor collobia ad easdem tunicas." De laatste zin is doorgestreept en in de marge is toegevoegd: "Pro istis due dalmatice auree cum armis Davidis et boerdis predictis. (Vertaal)
Verder drie nieuwe rode koorkappen van goudbrokaat, één geschonken door heer David van Bourgondië, bisschop van Utrecht, de andere twee gekocht door het kapittel. Verder een kazuifel van brokaat met de wapenschilden van de genoemde heer David, een stola en een manipel. Verder goudomweven boorden met 32 afbeeldingen om twee dalmatieken mee te maken die corresponderen met het genoemde kazuifel en vier passementen(?) voor dezelfde dalmatieken.” De laatste zin is doorgestreept en in de marge is toegevoegd: “In plaats daarvan twee gouden dalmatieken met de wapenschilden van David en de genoemde boorden. (Origineel)

De beschrijvingen komen volledig overeen met de ons bekende gewaden, en ook latere notities in het archief van de Janskerk bevestigen dit. Zo werd in 1504 412 gulden uitgegeven voor het goudbrokaat van de twee dalmatieken, en voor zijden franje en kwasten. Ook in 1504 maakt de borduurwerker Jacob van Malborch het borduurwerk op de armstukken van de dalmatieken. De dalmatieken, met uitzondering van de al in 1501 genoemde 'boorden met 32 afbeeldingen' (de lange aurifriezen op de dalmatieken) zijn dus later gemaakt dan het kazuifel en de koorkap. Inderdaad wijken de aurifriezen op de armen en de stof van de dalmatieken in stijl en patroon af van de andere gewaden en borduursels. Wij kunnen dus vrij zeker zijn dat bisschop David dit vierstel aan de Janskerk heeft geschonken. Eveneens wordt duidelijk dat het vierstel nog niet af was toen David van Bourgondië in 1496 stierf.

Ook de verdere geschiedenis van de gewaden is grotendeels te reconstrueren. De gewaden werden tussen 1554 en 1556 gerestaureerd door de borduurwerker Sebastiaen de Laet. Na de Reformatie kwamen de gewaden in privébezit van de kanunniken van de Janskerk, en ten slotte in bezit van de oud-katholieke kerk in Utrecht, waar de koorkap en de dalmatieken nog tot 1972 af en toe werden gebruikt in de liturgie. Het kazuifel is op onbekende wijze in Luik terecht gekomen. Dit is waarschijnlijk de reden geweest dat het nog zijn originele gotische model heeft behouden, anders dan de meeste Utrechtse kazuifels die in de loop der tijd naar het na de middeleeuwen populaire 'vioolkist'-model zijn bijgesneden.

Referenties en literatuur

  • Het Utrechts Archief, 222 Kapittel van Sint Jan 1174, f. 80v. [online inventarisbeschrijving]
  • De Bodt, Saskia, et al. (eds.), Schilderen met gouddraad en zijde (Utrecht 1987), 54-55, cat. 22-24.
  • Leeflang, Micha, en Kees van Schooten (eds.), Middeleeuwse borduurkunst uit de Nederlanden (Zwolle 2015), 194-199, cat. 48.
  • Museum Catharijneconvent, Utrecht, inventarisnummer OKM t89 [online catalogusbeschrijving]
  • Museum Catharijneconvent, Utrecht, inventarisnummer OKM t90a [online catalogusbeschrijving]
  • Museum Catharijneconvent, Utrecht, inventarisnummer OKM t90b [online catalogusbeschrijving]

Gebruik

Na de middeleeuwen